Breinsleutels

Omschrijving:
Lesdoelen vermelden, feedback geven, herhalen: de meeste leerkrachten weten dat dit krachtige middelen zijn om het leren bij hun leerlingen te bevorderen. Maar waarom is dat eigenlijk zo? Waarom leren kinderen makkelijker als hun leerkracht deze didactische gereedschappen inzet?

De auteurs van dit boek leggen de relatie tussen deze didactische principes (de Breinsleutels) en kennis uit de neuropsychologie, in het bijzonder over de zogenaamde executieve functies. De auteurs leggen uit waarom het zo belangrijk is om dat lesdoel te vermelden, wat er gebeurt in de bovenkamer van je leerlingen als je meteen gerichte feedback geeft en waarom kennis door herhaling beter beklijft.

Na het lezen van dit boek kun je door een zogenaamde Breinsleutel-bril kijken naar gedrag van kinderen. Door deze bril krijgt gedrag van leerlingen dat eerst misschien ergernis bij je opriep, een andere betekenis. Als je door die Breinsleutel-bril bij sommige van je 'chaoten, prinsjes, lastpakken, drammers, zenuwpezen en sloddervossen' hun onderwijsbehoeften gaat ontdekken, is er een wereld gewonnen. Dan kunnen etiketten de prullenbak in om plaats te maken voor aan te leren vaardigheden. Op de bijgesloten dvd staan leerkrachten die de tien Breinsleutels uit het boek toepassen in hun klas. Je ziet dat het inzetten van de Breinsleutels de leerlingen ondersteunt bij het leren: de deuren naar hun bovenkamer gaan open!

Ook heel goed in te zetten bij het onderwijs aan kinderen met Downsyndroom.

Breinsleutel

Wat doe je en waarom?

Leerdoelen

Wat:

Het stellen en expliciet benoemen van een lesdoel aan een leerdoel:wat gaan kinderen leren en in welke context? Waarom?

Waarom:

  • Maakt duidelijk welke kennis, vaardigheden en leerstrategieën nodig zijn voor een les.
  • Maakt duidelijk wat belangrijk en niet belangrijk is in de les.
  • Door context aan te geven plaats je het leerdoel in een groter geheel.

Voorkennis

Wat:

Ophalen van de juiste bestaande kennis uit het lange-termijngeheugen.

Waarom:

  • Helpt om nieuwe kennis te begrijpen.
  • Helpt om nieuwe kennis efficiënt en effectief op te slaan.
  • Zorgt ervoor dat de voorkennis zelf ook weer beter wordt opgeslagen, door herhaling en diepere verwerking.

Herhalen

Wat:

Het inslijpen van bestaande kennis door deze kennis in te oefenen.

Waarom:

  • Use it or lose it: versterkt bestaande kennisclusters en maakt het ophalen van kennis zo efficiënt mogelijk.
  • Ondersteunt het automatiseren van kennis, strategieën en vaardigheden.
  • Ontlast het werkgeheugen: geautomatiseerde kennis neemt weinig tot geen ruimte in het werkgeheugen in beslag.

Voorbeelden

Wat:

Als leerkracht model staan. Hardop denken en stappen voordoen: zo kan het of moet het.

Waarom:

  • Voorkomt het opslaan en vervolgens inslijpen van verkeerde kennis of een inefficiënte aanpak.
  • Ontlast het werkgeheugen: leerling hoeft niet zelf de juiste voorbeelden te vormen of activeren. Hierdoor is ruimte over voor andere informatie.

Markeren

Wat:

‘vlaggetjes planten’: tijdens het leerproces belangrijke leerstappen aangeven, waardoor je terugverwijst naar het leerdoel en lesoverzicht.

Waarom:

  • Geeft duidelijkheid over wat al bereikt is en wat er nog aan bod gaat komen (leerdoel).
  • Vereenvoudigt het vasthouden (online houden) van het leerdoel en het lesoverzicht in het werkgeheugen.
  • Helpt om kennis meer gestructureerd op te slaan.

Clusteren

Wat:

Bij elkaar horende kennis groeperen tot betekenisvolle gehelen.

Waarom:

  • Optimaliseert opslag en terughalen van kennis.
  • Voorkomt dat verschillende soorten kennis door elkaar gaan lopen en dus minder efficiënt in het lange-termijn geheugen worden opgeslagen.
  • Creëert ruimte in het werkgeheugen.

Opdelen

Wat:

Informatie in behapbare ‘brokken ’aanbieden.

Waarom:

  • Voorkomt dat het werkgeheugen wordt overspoelt met informatie.
  • Maakt het makkelijker om sneller en waar mogelijk meer successen te behalen (motivatie).
  • Zorgt voor overzicht van stappen die nodig zijn om een taak tot een goed einde te brengen.

Visualiseren

Wat:

Het zichtbaar maken van leerstof, instructie, strategieën e afspraken.

Waarom:

  • Voorkomt dat werkgeheugen overbelast raakt.
  • Biedt de gelegenheid om informatie opnieuw te bekijken als dat nodig is.
  • Geeft een geheugensteuntje.

Schakelen

Wat:

Verandermomenten tussen leerstof, lessituaties, lessen en dergelijke helder aangeven.

Waarom:

  • Zorgt voor een efficiënte organisatie van kennis in het lange-termijngeheugen, door kennis van het ene onderdeel af te sluiten en te onderscheiden van de kennis van het volgende onderdeel.
  • Ondersteunt de flexibiliteit om met les- of leerveranderingen om te gaan.

Feedback

Wat:

De uitkomst van (leer)gedrag of prestaties terugkoppelen aan de leerling.

Waarom:

  • Maakt duidelijk aan leerlingen of ze op de goede weg zijn richting het leerdoel. Positieve feedback betekent vasthouden van kennis of voortzetten van gedrag. Negatieve feedback betekent aanpassen.

ISBN: 978-90-5819-307-0
Bestelnummer: U307-0
Auteur(s): M. Mens, M. Boonstra & M. Tjallema
Uitgavejaar: 2013

 www.cedgroep.nl

UA-57056383-1