Spraak/taalontwikkeling:

De spraakontwikkeling bij kinderen met Downsyndroom verloopt vaak wat moeizaam. Om te praten moet je over heel wat vaardigheden beschikken zoals: het kunnen horen en imiteren van geluiden, het je richten tot geluid en het aankijken van een spreker, het gebruiken en leren beheersen van de mondmotoriek en cognitieve vaardigheden. Voor een goede spraakontwikkeling is onderzoek naar en begeleiding van de mondmotoriek, het gehoor en gezichtsvermogen dus noodzakelijk. Veel kinderen met Downsyndroom hebben zwakke mondspieren en een trage mondmotoriek. Een logopedist kan je kind een goed gebruik van de mondmotoriek (drinken, kauwen, slikken, articuleren) aanleren, zodat de spraak-en taalontwikkeling zo goed mogelijk verloopt. In deze fase zal ook veel aandacht geschonken worden aan communicatie. Met gebaren kan je kind zich vaak beter uitdrukken en zijn of haar emoties beter uiten. Ook hebben kinderen met Downsyndroom vaak een minder goed kortetermijngeheugen en een verminderd uitdrukkingsvermogen. Speciale ondersteuning bij de spraak-taalontwikkeling met pictogrammen of leren lezen voor het leren praten kunnen daarbij helpen.

 

UA-57056383-1